Coming out?!

Nathalie Kamp

Een coming out wordt vaak gezien als een keerpunt in het leven van eenieder die zich niet identificeert als hetero en/of cisgender.

Vaak wordt gedacht dat na een jarenlange emotionele en psychische worsteling het hoge woord eruit is en het ‘echte’ even kan beginnen. Er hoeft niet langer in een leugen geleefd te worden. Je kunt eindelijk écht jezelf zijn. 

Maar wat is hier nu de leugen waarin geleefd wordt? Is dat het leven vóór de coming out? Of in de periode daarna, waarin wordt gesteld dat je jezelf kan zijn maar de heteronormatieve buitenwereld nog steeds vragen stelt als ‘’Wie is het mannetje in jullie relatie?’’ en ‘’Ben je al omgebouwd?’’ Bovendien stopt het uit de kast komen nooit, het is geen keerpunt maar een aaneenschakeling van bekentenissen tegenover de heteronormatieve maatschappij.


De nieuwsmedia spelen een belangrijke rol in onze democratische maatschappij.

Zij zorgen ervoor dat burgers geïnformeerd worden zodat ze zelf hun mening kunnen vormen over maatschappelijke onderwerpen. De nieuwsmedia zijn echter niet alleen observerend, zij vormen de maatschappij die zij weergeven. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de discoursen die worden gevormd in de nieuwsmedia betreffende de acceptatie van seksualiteit en genderidentiteit. Een discours is een manier waarop ‘de waarheid’ wordt gecreëerd. Het is interessant om te onderzoeken welke verschillende dominante en sub-discoursen er zijn en om te kijken waar die op gebaseerd zijn om er zo achter te komen hoe, door wie en waarom een bepaalde waarheid wordt gecreëerd. 


Om het dominante discours ten opzichte van acceptatie van seksuele geaardheid en genderidentiteit te onderzoeken, heb ik gekeken naar de berichtgeving hierover op verschillende nieuwssites tussen 2018 en 2020. Er zijn een aantal dingen die hierin op vallen. Ten eerste dat Nederland over het algemeen wordt beschouwd als een tolerant en vooruitstrevend land dat het goed doet wat betreft homoacceptatie en hier ook trots op is. Dit beeld is vooral gebaseerd op het verleden, zoals het feit dat Nederland in 2001 als eerste land ter wereld het huwelijk openstelde voor mensen van het gelijke geslacht (Nu.nl 2019Een belangrijke kanttekening ten opzichte van deze algemene overtuiging is dat hetero’s over het algemeen positiever zijn over homoacceptatie dan homo’s zelf (RTLNieuws 2018)
Daarnaast volgt uit vrijwel alle berichtgeving een soort ongeloof, omdat in de meeste artikelen wordt gesproken van zowel de grote ‘tolerantie’ als heftige geweldsincidenten of discriminatie. De belangrijkste maatstaaf voor acceptatie lijkt (on)zichtbaarheid, dit blijkt onder andere uit een kop van RTLNieuws: ‘’LHBTI’ers kunnen fijn leven zolang ze ‘normaal’ doen’’. Uit de verdere inhoud van het artikel blijkt onder andere dat mannen erop worden afgerekend als ze zich vrouwelijk gedragen en dat zelfs 7 op de 10 LHBTI’ers te maken krijgen met fysiek of verbaal geweld. Bovendien past een aanzienlijk deel van de LHBTI’ers zijn/haar/hun gedrag aan om negatieve reacties te voorkomen (RTLNieuws 2020)

Wat bovendien op valt is dat in verschillende berichten wordt gesproken over het verschil in acceptatie van seksuele geaardheid en genderidentiteit.

Seksuele geaardheid lijkt meer geaccepteerd te zijn dan genderidentiteit. Zo worden transpersonen bijvoorbeeld vaker gediscrimineerd op de werkvloer dan homoseksuelen (MT 2020

Alle bovenstaande voorbeelden maken duidelijk dat de Nederlandse samenleving is ingesteld op heteronomativiteit. Heteronomativiteit, heteronormaliteit of heterocentrisme is het idee dat heteroseksualiteit de standaard en/of natuurlijke toestand van de mens is. Volgens die norm zijn er 2 complementaire en tegen over elkaar staande geslachten (of genders) met eigen sociale rollen. Binnen deze rollen bezitten enkel mannen mannelijkheid en enkel vrouwen vrouwelijkheid. Seksuele geaardheid maakt deel uit van die rol, waarbij wordt verwacht dat mannen op vrouwen vallen en vrouwen op mannen. Andere geaardheden worden in deze context gezien als afwijkend. 


De verslaggeving van de NOS bevat meerdere discoursen, maar ik wil er een uitlichten in deze blog: de overtuiging dat acceptatie van seksuele geaardheid en genderidentiteiten moet plaatsvinden omdat deze tot de identiteit behoren van het vrije individu. Al in de eerste 10 secondes van de verslaggeving van het event maakt presentator Rik van de Westelaken duidelijk dat het vandaag gaat om de viering van vrijheid van de individu, zo blijkt uit: 


 ‘’Het grootste Pride feest waar iedereen zichzelf mag zijn’’(van de Westelaken, 00:10)


Deze overtuiging wordt meerdere malen en door een breed scala aan persoonlijkheden onderschreven. Dat blijkt uit het feit dat niet alleen van de Westelaken, maar ook mede-presentatrice Ellie Lust (08:43, 11:22, 21:15), een onbekende man die geïnterviewd wordt op de kade (06:00) en minister van onderwijs, cultuur en wetenschap van Engelshoven (08:50) benadrukken hoe belangrijk het is voor het individu om ‘zichzelf’ te kunnen zijn.  

In deze context wordt ‘jezelf zijn’ steeds weer gekoppeld aan de seksuele geaardheid en/of genderidentiteit van het individu. Dit blijkt onder andere duidelijk uit de onderstaande opmerking van Ellie Lust waarin homoseksualiteit wordt gekoppeld aan ‘’wie je bent’’. 


‘’En als je je dan bedenkt he Rik, dat homoseksualiteit in zoveel landen nog steeds strafbaar is dan he, gaat het om 69 landen in de wereld waar je niet kunt zijn wie je bent en 5 landen waar je de doodstraf krijgt. omdat je bent wie je bent he, want daar hebben we het steeds over en dat maakt het zo intens. ‘’ (Lust, 11:22)


Uit een ander citaat van Lust blijkt eveneens een ander aspect dat vaker terugkomt, namelijk de overtuiging dat genderidentiteit en seksuele geaardheid niet alleen iets is dat bij het individu hoort, maar ook iets is dat vast staat als het eenmaal ontdekt is en waar men als het ware geen controle over heeft.  


‘’De eerste keer dat ik met een vrouw zoende toen had ik wel zoiets van ja maar ja zó zit het dus, dit is wie ik ben, dat is echt op identiteitsniveau. Het is geen keuze he mensen, je kiest namelijk niet voor de moeilijkste weg. Veel mensen denken nog dat het een keuze is, dat het een leefstijl is. Het is geen leefstijl, want leefstijl impliceert een keuze. Dit is iets wat je bent, dit is op identiteitsniveau. ‘’      (Lust, 25:59) 


Seksuele geaardheid en genderidentiteit worden in de verslaggeving van NOS dus uitgelegd als een essentiële onderdelen van de individuele identiteit, iets natuurlijks. Dit wordt gebracht als een vaststaande waarheid, maar dat is het niet. Zo beargumenteert Foucault dat seksualiteit geen biologisch kenmerk is of een feit van menselijk leven, maar een geconstrueerde categorie gevormd door historische, sociale en culturele invloeden (Spargo 1999, 12)
Homoseksualiteit moet – net als seksualiteit in het algemeen- gezien worden als een geconstrueerde categorie van kennis, in plaats van een ‘ontdekking van identiteit’. Deze ‘technologieën van seks’ zijn ontworpen om een productieve en voortplantende bevolking te bevorderen, waar het ontwikkelende kapitalistische systeem behoefte aan had. De kern van dit nieuwe systeem zou gevormd worden door de bourgeoisie familie waarbinnen gezorgd moest gaan worden voor de toekomstige arbeidskrachten (17-19). 

Butler neemt het argument van Foucault over wat betreft de sociale constructie van deze categorie en voegt hier gender aan toe. Zij presenteert gender als een ‘performatieve handeling’ dat door het individu als natuurlijk wordt ervaren, hiermee biedt zij een alternatief voor de normatieve binaire structuren die de huidige sekse, gender en libidinale relaties ondersteunen. Gender is geen uitoefening van een verlening van een biologisch/chromosomale sekse, maar een voortdurende discursieve praktijk die momenteel wordt geconstrueerd rond het concept van heteroseksualiteit als de norm van menselijke relaties. (Spargo 1999, 53-54) 


Hoewel door de verslaggeving van de NOS de nadruk keer op keer wordt gelegd bij het individu, denk ik dat het beter is om te kijken naar de sociale structuren waarin wij leven. Dit omdat de categorieën die we hebben bedacht om ons op individueel niveau te omschrijven (zoals ‘man’ of ‘lesbische vrouw’) niet goed werken. Ze zijn simpelweg niet inclusief en weerspiegelen de machtsstructuren van de heteronormatieve maatschappij die gebaseerd is op de overtuiging dat er slechts 2 genders zijn. Bovendien kunnen we dan meteen het idee loslaten dat seksuele geaardheid of genderidentiteit iets is dat ‘ontdekt’ moet worden en waardoor iemand ‘uit de kast moet komen’. 






Ouder bericht